Per 1 juli 2020 zal de huidige Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen (Wmcz) wijzigen met de inwerkingtreding van de Wmcz 2018. De cliëntenraden krijgen meer en zwaardere rechten dan op grond van de huidige Wmcz. Verder introduceert de Wmcz 2018 de mogelijkheid voor rechtstreekse inspraak door de cliënten. Die mogelijkheid was er voorheen niet. Wat verandert er voor u? Hieronder geven wij u een overzicht van de hoofdlijnen en enkele tips over hoe met inspraak onder Wmcz 2018 om te gaan.
Wmcz 2018 wijkt op een behoorlijk aantal punten af van de huidige Wmcz. De volgens ons 7 belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de Wmcz 2018 zijn:
Inspraak is een manier voor de cliënt om zeggenschap te houden over de zorg die aan hem wordt verleend. Die zeggenschap heeft de cliënt ook op basis van andere wetten, zoals bij de behandelovereenkomst (op grond van Wgbo) of het zorgplan in het kader van de Wlz. De inspraak op grond van de Wmcz is daarmee in feite een extra wettelijke waarborg voor de cliënt.
De Wmcz beperkt zich tot een vrij algemene beschrijving van het recht op inspraak. Hier is bewust voor gekozen, omdat inspraak op verschillende vormen kan plaatsvinden. Het gaat er uiteindelijk om dat er sprake is van een dialoog waarmee de cliënt invloed kan uitoefenen en dat er iets wordt gedaan met signalen.
Zorgorganisaties die te maken hebben met cliënten die langdurig bij hun verblijven zijn verplicht om cliënten en hun naasten in staat te stellen om inspraak te hebben op onderwerpen die gaan over het dagelijks leven van cliënten. Zorgorganisaties met een kort verblijf of zonder verblijf zijn niet verplicht inspraak te regelen.
Zorgorganisaties die gebruik gaan maken van inspraak zullen hun cliënten en hun vertegenwoordigers hierover moeten informeren. De uitkomsten van inspraak moeten daarnaast worden gedeeld met de cliëntenraad. De cliëntenraad moet de uitkomsten daarvan betrekken bij de uitvoering van zijn taken.
In de wet staat niet specifiek opgenomen over welke onderwerpen inspraak geregeld moet worden. Uit de totstandkomingsgeschiedenis van de Wmcz valt een aantal voorbeelden te halen, zoals: aangelegenheden betreffende maaltijden, douchen, de (her)inrichting van leefruimtes, dagbesteding, huisregels, verhuizing, catering, activiteiten, ontspanningsmogelijkheden, en mogelijkheden tot ontvangen bezoek. Vanuit het veld zijn nog veel meer onderwerpen aangedragen waarbij inspraak ook een nuttig middel kan zijn. Voorbeelden zijn informatievoorziening en communicatie, veiligheid, huisdieren, medicatieverstrekking, schoonmaak etc.
Belangrijk om te weten: inspraak veronderstelt een bepaalde vorm van invloed vooraf. Het verrichten van cliënttevredenheidsonderzoeken of het houden van enquêtes zal in de regel niet voldoende zijn om te voldoen aan de Wmcz.
De manier waarop een zorgorganisatie uitvoering zal geven aan de inspraak is vormvrij. Het initiatief ligt in principe bij het bestuur van de zorgorganisatie, omdat dat uiteindelijk verantwoordelijk is voor het nakomen van de Wmcz. Omdat het bij inspraak gaat om een samenspel van de zorgorganisatie, cliëntenraad, cliënten en hun vertegenwoordigers, zal intern het proces moet worden afgestemd. Wij adviseren om gebruik te maken van een duidelijk aanspreekpunt voor de coördinatie en voor een heldere (interne) communicatie.
De overheid heeft een praktische handreiking gepubliceerd met daarbij een uitwerking van verschillende formele en informele vormen van inspraak, van ideeënbord, pizza-gesprekken tot een ‘inspraakhuis’. Deze handreiking is hier te raadplegen.
Heeft u vragen over de rechten en verplichtingen onder Wmcz 2018, wanneer u de cliëntenraad moet betrekken bij voorgenomen besluiten waarover adviesrecht of instemmingsrecht op rust, neem dan gerust contact met mij op of met een van onze specialisten.
Meldt u zich vrijblijvend aan voor onze nieuwsbrief.
Download het bestand.
Meldingen